Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Uw geneesmiddelen en gezondheidsproducten, onze zorg.

Wanneer geef je je kind een geneesmiddel?

Kinderen krijgen vaak te maken met onschuldige kwaaltjes die gepaard kunnen gaan met koorts, hoesten, een verstopte neus of oprispingen. Tenzij de symptomen verontrustend zijn, zijn geneesmiddelen over het algemeen niet noodzakelijk. Het fagg geeft je een aantal tips om je te helpen geneesmiddelen goed te gebruiken bij kinderen in de volgende situaties:

  • Heeft je kind koorts? (Brochure)
  • Hoest je kind of is het verkouden? (Brochure)
  • Heeft je kind last van oprispingen? (Brochure)


Ontdek de campagne: affiche - advertentie

Vraag steeds raad aan je arts of apotheker als je je zorgen maakt over de gezondheidstoestand van je kind, ongeacht de situatie.

Wees steeds voorzichtig en waakzaam als je je kind een geneesmiddel toedient.

Neem onmiddellijk contact op met het Antigifcentrum (+32 70 245 245) als je kind per ongeluk een geneesmiddel heeft ingenomen.

Kinderen zijn geen kleine volwassenen: ze reageren anders op geneesmiddelen en verwerken deze ook op een andere manier. De kans op overdosering of intoxicatie is reëel. Het is zeer belangrijk om heel voorzichtig te zijn bij het toedienen van een geneesmiddel aan een kind, ongeacht of het een geneesmiddel op medisch voorschrift is of niet.

Artsen, apothekers, het Antigifcentrum en de spoeddiensten krijgen regelmatig oproepen binnen over problemen van overdosering van of intoxicatie door geneesmiddelen bij kinderen. Hun vermogen om geneesmiddelen om te zetten en te verwerken is nog niet volledig ontwikkeld. Geneesmiddelen zijn daardoor soms minder werkzaam bij kinderen of worden minder goed verdragen.

Specifiek geval van geneesmiddelen met een laag alcoholpercentage (ethanol)

Controleer steeds de samenstelling van het geneesmiddel voor je het aan je kind geeft. Sommige geneesmiddelen (bijvoorbeeld siropen of oplossingen) bevatten namelijk een laag percentage alcohol (ethanol). Dergelijke geneesmiddelen mag je niet toedienen aan zuigelingen of kinderen jonger dan twee jaar. De aanwezige alcohol kan ook een invloed hebben op andere geneesmiddelen. Aarzel nooit om advies te vragen aan je arts of apotheker.

Waarop moet je letten als je je kind toch een geneesmiddel moet toedienen?

  • Geef je kind nooit een geneesmiddel dat niet rechtstreeks voor hem/haar voorgeschreven werd of zonder het advies van je arts of apotheker.
  • Gebruik nooit een geneesmiddel dat bestemd is voor een ander kind of - erger - voor een volwassene zonder het advies van je arts of apotheker.
  • Breng je arts of apotheker op de hoogte als je kind al andere geneesmiddelen neemt en/of aan bepaalde allergieën lijdt. Informeer je bij je arts of apotheker of lees de bijsluiter over mogelijke contra-indicaties, wisselwerkingen en bijwerkingen alvorens je een geneesmiddel toedient aan je kind.
  • Lees steeds aandachtig de bijsluiter, ook als je het geneesmiddel al eerder gebruikt hebt.
  • Hou je steeds strikt aan de dosering die werd voorgeschreven door de arts of die aanbevolen wordt in de bijsluiter of door de apotheker.
    De dosis is niet zozeer afhankelijk van de leeftijd van het kind, maar van zijn lichaamsgewicht. Gebruik steeds het doseerhulpmiddel (lepel, spuit, pipet, ...) dat in de verpakking van het geneesmiddel meegeleverd wordt.
  • Bij twijfel, aarzel niet om inlichtingen te vragen aan je arts of apotheker. Zij zijn het best geplaatst om je:
    • te zeggen hoe (toedieningsweg, dosering) en wanneer (ogenblik van inname) je best een geneesmiddel aan je kind toedient,
    • attent te maken op een aantal zaken waarop je moet letten: gebruiksvoorzorgen, wisselwerkingen met andere geneesmiddelen, invloed van voeding, bijwerkingen, contra-indicaties van andere geneesmiddelen.
  • Bewaar geneesmiddelen altijd buiten het zicht en bereik van kinderen: bijvoorbeeld in een kast die je op een zekere hoogte plaatst en op slot kan doen. Hou je wel aan de specifieke bewaarvoorschriften van bepaalde geneesmiddelen (bijvoorbeeld bewaring in de koelkast).
  • Neem contact op met je arts en/of apotheker als je (een) bijwerking(en) opmerkt. Zij zullen je zeggen of je de behandeling moet voortzetten, aanpassen of stopzetten. De arts of apotheker kan de bijwerking vervolgens ook melden aan de afdeling Vigilantie van het fagg. Zij verzamelen en analyseren alle informatie over bijwerkingenen nemen eventuele correctiemaatregelen.

Hoe geef je een geneesmiddel aan kinderen?

  • Kinderen vinden geneesmiddelen niet altijd even lekker. Soms moet je dan ook inventief zijn om ze hun geneesmiddel te laten innemen.
    Opgelet:
    • Als je geneesmiddelen met voedsel wilt mengen, controleer dan altijd eerst of dit wel mag. Zo ja, gebruik steeds een kleine hoeveelheid voedsel om er zeker van te zijn dat de volledige dosis geneesmiddel ingenomen wordt.
    • Voor je een tablet plet of een capsule opent, lees je best eerst aandachtig de bijsluiter en/of vraag je raad aan je arts of apotheker. De vorm van een geneesmiddel veranderen, kan de werkzaamheid ervan beïnvloeden of ertoe leiden dat het geneesmiddel minder goed verdragen wordt.
  • Vraag ook raad aan je arts en/of apotheker voor geneesmiddelen met een complexere toedieningswijze (bijvoorbeeld geneesmiddelen die door middel van inhalatie toegediend worden). Zij kunnen je adviseren over hulpstukken of handige tips meegeven om de toediening te vergemakkelijken.